Tips voor meer energie
Één van de symptomen van MS is vermoeidheid. Het betreft dan een vermoeidheid die in veel gevallen niets te maken heeft met wat u doet. We noemen dit inspanningsonafhankelijke vermoeidheid. De vermoeidheid is meestal erger als het erg warm is. Ook kan de vermoeidheid plotseling opkomen, wat erg frustrerend kan zijn. Voor veel patiënten is de vermoeidheid, het constante gebrek aan energie, het symptoom van MS met de grootste invloed op het dagelijks leven. Door de vermoeidheid functioneren ze minder goed dan normaal. Het gaat bij MS zowel om lichamelijke (fysieke) vermoeidheid als om geestelijke vermoeidheid. Door de lichamelijke vermoeidheid kunt u ook moeite hebben u te concentreren en kunt u informatie minder goed onthouden. Hieronder vindt u tips die u kunnen helpen om te gaan met uw energie:
- Neem niet te veel hooi op uw vork, maar blijf wel actief.
- Zorg dat u voldoende nachtrust krijgt, liefst minimaal acht uur slaap per nacht.
- Kort slapen overdag kan, maar zorg dat het uw slaap ’s nachts niet verstoort.
- Spreid uw energie over de dag en over de week.
- Bouw voldoende rustmomenten in gedurende de dag.
- Stel prioriteiten: kies voor de taken die belangrijk zijn.
- Vermijd stress.
- Onderneem activiteiten die u leuk vindt; hier krijgt u weer energie van.
- Vraag hulp bij het uitvoeren van zware activiteiten.
- Leg aan uw omgeving uit dat u MS heeft en daarom niet alles kan doen wat u zou willen.
- Voel u niet té verantwoordelijk; geef ook dingen uit handen (laat uw kinderen bijvoorbeeld na school thuisbrengen door een bevriende moeder).
- Een douche waarbij u het water steeds kouder laat worden, kan uw vermoeidheid tijdelijk verminderen.
- Overweeg hulp in huis via de thuiszorg.
- Roep de hulp in van een MS-verpleegkundige of ergotherapeut, die u tips kan geven bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten.
Bron: Van Zuiden Communication BV. Tips voor het omgaan met vermoeidheid. Lekker leven, ook met MS 2010.
Voedingstips die helpen bij vermoeidheid
- Zorg dat u minimaal om de 4 uur iets eet. Het hoeft niet veel te zijn. Een kleine snack is voldoende.
- Neem kleinere maaltijden, maar eet vaker. Bewaar bijvoorbeeld de helft van uw lunch en eet deze 3 uur later.
- Neem 's middags een kleine eiwitsnack, zoals mozzarella, gedroogd rundvlees, hüttenkäse of pindakaas om alert te blijven.
- Vermijd grote maaltijden en desserts die veel suiker bevatten. Beperk uw coffeïne-inname. Als u de hele dag coffeïne gebruikt als opkikkertje, komt u 's avonds niet tot rust.
Voedselproducten die veel vezels bevatten zijn: bonen, linzen, appels, bananen, sinaasappels, peren, aardbeien, broccoli, wortels, aardappelen zonder schil en salades.